Als we thuiskomen van vakantie staat er een grote doos op de eettafel. ‘Van Dijks boeken’ staat er op de buitenkant. Bizar dat ik zelf zo’n 40 jaar geleden ook al mijn schoolboeken bij ‘Van Dijks boeken’ bestelde. Ik vraag me af in hoeverre het 2e jaars onderwijs is veranderd.
De Regenboogprins wil gelijk gaan kijken. ‘Maar het is nog vakantie’ protesteer ik. Hij kijkt naar mijn lief. Die snapt de Regenboogprins helemaal en dus ga ik ook overstag. Lief en ik gaan even met de hond wandelen en onze pleegzoon pakt ondertussen de doos uit.
Als we thuiskomen zien we een berg boeken op de tafel liggen en zit de Regenboogprins met grote aandacht in het biologieboek te lezen. (meer…)
Je laat weten waar je bent en met wie.
Je bent op het afgesproken tijdstip thuis.
Als je naar bed gaat, leg je je telefoon op de gang aan de lader.
Drie basisregels in gezinshuis Verwonder. Toen ik ze las, herkende ik ze direct. Ze zijn nodig om samen te kunnen leven. En het zijn ook precies die regels, waar, als er niet aan gehouden wordt, van alles in misgaat. Marlin Wildeboer deed mee aan één van de eerste podcasts van Engage the Village. Tijdens de opname vertelde ze dat ze een boek aan het schrijven was over hoe het voor haar was om in een gezinshuis te leven. Marlin’s ouders startten in 2015 met gezinshuis ‘Verwonder’ waar naast hun eigen dochters, vier kinderen wonen. Voor die tijd deden haar ouders crisispleegzorg, sinds haar 9e wonen er dus voor kortere of langere tijd extra kinderen bij het gezin waarin ze opgroeit. Marlin beschrijft in haar boek wat een gezinshuis is, hoe het er bij haar ouders aan toegaat en hoe het voor haar is dat haar ouders gezinshuisouders zijn.
Toon Tellegen schrijft af en toe boekjes over God. Boekjes met verhalen. Ik kan ze nooit laten liggen in de winkel. Koop ze als geschenk voor mijn lief en lees ze vervolgens zelf. Op de achterkant van het boekje ‘God onder de mensen’ staat dat de schrijver op weergaloze wijze speelt met onze ideeën, gevoelens en verlangens over het bestaan van God in de wereld: diepzinnig en ongelooflijk geestig. Ik denk dat ik dat ook zo ervaarde. Soms las ik vertederd, dan vol bewondering, dan weer vond ik God wreed. Zoals Toon Tellegen dat als geen ander kan, werd ik meegesleept in de wereld van het mysterie, daar waar je de waarheid proeft zonder hem te kunnen vertellen. Niet zo zeer God’s waarheid, maar wel die van mensen. (meer…)
Vandaag las ik ‘De groef’ van Maartje Wortel. Het was een heerlijk bevrijdend boekje. Zonder teveel over de inhoud te vertellen, want die kun je beter zelf lezen, bracht het boekje me zo’n 23 jaar terug in de tijd.
Het was de tijd dat ik alleen was, of soms samen en dan weer alleen. De tijd dat ik in mijn lege agenda staarde en me afvroeg met wie ik nu weer eens af moest spreken. Waar ik danste tot diep in de nacht en daar dan iemand ontmoette, wat soms eindigde in een catastrofale liefde en soms in een maandenlang spel. De tijd dat ik nadacht over het leven en me afvroeg of ik in mijn eentje ooit echt gelukkig kon zijn. Waar ik op kerstavond door de wijk ging lopen en stiekem bij de mensen naar binnen gluurde om te zien hoe gezellig ze het hadden en dan zag dat de meeste mensen gewoon voor de televisie zaten. (meer…)
Ik geloof dat er soms ogenblikken zijn, dat zijn dan misschien die vreemde toestanden waar je gewone verstand zich tegen verzet, dat je je bewust wordt van een ander verband. Bewust worden is te sterk uitgedrukt. Je doorziet het niet, je begrijpt het niet. Iets in je, dat diep zit, buiten het bereik van je denkende en handelende ‘ ik’, voelt het alleen.
Uit de minibieb bij mij in de buurt haalde ik het boek ‘De ingewijden’ van Hella S. Haasse. Mijn ouders stimuleerden mij als kind altijd om te lezen, maar ik ben niet opgegroeid met het lezen van literatuur, dus veel schrijvers leerde ik pas kennen toen ik volwassen was. Hella Haasse leerde ik zelfs pas een paar jaar geleden kennen toen een vriendin een boekje van haar gaf. (meer…)
‘Als… ‘ is het eerste woord van de titel van het boek. Als broers en zussen. Femmie Juffer, Lindy Popma en Monique Steenstra interviewden verschillende pleegbroers en zussen en adoptiebroers en zussen. Ze leven in één huis, maar komen niet uit dezelfde moederbuik.
Lillian van Rooij maakte de foto’s in het boek. Respectvol en natuurlijk brengt ze de jongeren in beeld. Geen van de koppels lijkt op elkaar. Soms zie je diverse culturele achtergronden of grote uiterlijke verschillen. Maar ook zie je wat ze verbindt. Een gedeelde hobby of waarde, een hond, speelgoed. In de interviews vertellen de jongeren hierover.
Terwijl ik het aan het lezen en kijken was dacht ik na over mijn eigen zus. En ik dacht aan de zus van de Regenboogprins.
Het bijzondere aan broers en zussen vind ik dat je ongebreideld kunt ruziemaken en toch enorm veel van elkaar houden. Je kunt elkaar steunen en beschermen, je kunt met elkaar lachen en je kunt ook tijdenlang elkaar niet spreken, en dan weer verder praten alsof je elkaar gisteren sprak. (meer…)
Twee dagen geleden haalden we hem op. Dante, de Spaanse soort van windhond gemengd met andere rassen. De prachtige Dante, die ons bang aankeek toen we hem haalden. Die in paniek raakt van het verkeer in onze straat. Maar ook, die vrij snel gewoon zijn plasje deed, die s nachts alsnog het eten oppeuzelde dat hij overdag liet staan, en die de 2e ochtend al kwispelend naar me toe kwam en zelfs even op zijn rug ging liggen zodat ik hem over zijn buik kon aaien.
Die Dante, die schrikt van iedere man en van iedere plotselinge beweging.
Afgelopen middag wandelden de Regenboogprins en ik in Amelisweerd en vertelde ik dat Dante als hij iemand met een bal zag spelen, misschien bang was dat diegene de bal naar hem zou gooien. (meer…)
Dit jaar trok ik veel op met Kevin. St Kevin, zelfs. Een jaar waarin er voortdurend vogeltjes een ei in mijn hand legden, waarbij ik vooral de opdracht had om te wachten. Soms viel een ei kapot. Dan moest ik huilen. Maar toch legde dan later hetzelfde vogeltje opnieuw een ei in mijn hand. Een grote vogel legde een gigantisch ei, ik moest hard werken om het ei te beschermen. Kleine vogeltjes legden eitjes die snel uitkwamen en ik verwonderde me over hoe prachtig de kleine vogeltjes waren. St Kevin, de professional in wachten, hielp me om mijn weg te zoeken tussen wachten en faciliteren
Nou ja, en wat al deze symbolische woorden betekenen, hoop ik de komende weken af en toe op te schrijven.
De afgelopen weken waren vol van onmacht en verdriet. Zo dat klinkt wel heftig. Op het moment dat het gebeurt ga je er gewoon doorheen voelt het als ‘zo gaat het nu eenmaal’.
Maar nu het wat langer duurt, merk ik dat ik moe ben.
Het is moeilijk als je klaar staat voor iemand en veel tijd vrij maakt, maar het is niet genoeg. Dit klinkt als een verwijt, dat is het niet. Het is eerder dat ik weet dat zij een thuis nodig heeft, maar dat ik alleen de ’tante’ rol kan bieden.
Daarom schrijf ik maar een klein gedicht. (meer…)
‘Wil je een workshop songwriting geven aan eigen kinderen van pleegouders?’ Tabitha van Dongen, mijn regisseur tijdens een theatertussenjaar, belde mij op met deze vraag.
Het zette mij aan het denken: Wat wist ik eigenlijk van pleeggezinnen? Mijn beste vriendinnetje op de middelbare school was ‘eigen kind’ (een term die ik voor dit project nog niet kende) en ik was vaak in het gezin met de pleegkinderen, allemaal kinderen met hun eigen verhaal. Ik liep stage bij de jeugdpsychiatrie voor mijn studie muziektherapie en ook daar zaten pleegkinderen in de doelgroep. Maar deel uitmaken van een pleeggezin, dat heb ik nooit meegemaakt. Ik was nieuwsgierig naar hoe eigen kinderen dit ervaren.
Samen met Tabitha ging ik aan de slag. Er kwamen weken aan met veel voorbereiding: de workshop vormgeven, deelnemers werven, daarna de deelnemers alvast leren kennen door een telefonisch interview. Vanaf de interviews begon het echt tot leven te komen voor mij. Stuk voor stuk vond ik de kinderen die ik sprak krachtig, open maar ook speels en enthousiast. En ik hoorde een verantwoordelijkheid en compassie terug voor hun pleegbroers en zussen die mij ontroerde.
slijpstenen en juweeltjes
De dag van de workshop brak aan, ik had er zin in maar vond het ook spannend: hoe zouden ze reageren op de oefeningen? Het ging niet zozeer om het resultaat, maar om het oefenen en plezier beleven aan stoeien met tekst en muziek. Het belangrijkst vond ik dat ze zich ontspannen voelden en hun creativiteit konden laten stromen. En ik hoopte dat ze hun verhaal durfden te vertellen, zodat ze daadwerkelijk een ‘eigen’ liedje zouden maken. En wat heb ik deze meiden (mannen, geef je volgende keer ook op!) kunnen leren kennen. Ze waren stuk voor stuk slijpstenen voor mij en voor elkaar, met vuur sprongen ze het diepe in en wat een juweeltjes kwamen er tevoorschijn uit de opdrachten.
We hadden een kazoo om de opdrachten in- en uit te luiden. Er was een schatkist om interessante woorden in te verzamelen zoals: ‘druipsteengrot’, ‘glitter’, ‘alles’ en ‘confetti’. Er was een gereedschapskist waarin we alle tips verzamelden die we zelf bedachten en die in het mini-college werden gegeven. En we gingen lekker vrij schrijven op instrumentale muziek die we zelf kozen. Uiteindelijk goten we de inspiratie uit onze opdrachten in een eenvoudig refrein en couplet. En toen kwam het moment suprême, als je wilde kon je jouw materiaal laten horen aan de groep. Ik was onder de indruk van wat deze meiden in korte tijd in elkaar hadden weten te zetten en dit ook nog durfden te zingen. Wat een lef. We hebben lol gehad en zoveel van elkaar geleerd. Dankjulliewel meiden! En nu: doorgaan hè!
Ruim een jaar geleden hoorde ik voor het eerst haar naam. ‘Truusje’ heette ze. Ze deed mee aan een korte video voor een site die ik samen met een team samenstelde voor het lectoraat Jeugd en Gezin van de Christelijke Hogeschool Ede (www.gedeeldopvoederschap.nl).
Truusje van Zanten viel voor de verkeerde man en werd samen met haar twee jonge kinderen slachtoffer van huiselijk geweld. Zowel zijzelf als haar kinderen waren daardoor ernstig getraumatiseerd en om de moeder te kunnen blijven van haar kinderen, stond ze toe dat haar kinderen opgroeiden in een pleeggezin en een gezinshuis.
Ik schrijf het op in enkele zinnen, maar wat een ellende, pijn en daarnaast ook nog mega-ingewikkelde situaties kan een mens in terechtkomen. Het bijzondere aan deze vrouw is dat ze haar verhaal wilde vertellen. Ze wilde dat meer mensen zouden horen welke nood er achter een voordeur kan zijn.
Truusje heeft inmiddels twee boeken geschreven.
Achter mijn voordeur gaat over hoe haar relatie met haar toenmalige partner begon en zich ontwikkelde tot een situatie waarin niets meer gespaard werd; het huis, Truusje, en zelfs haar toen nog hele jonge kinderen. Het gaat ook over het moment dat ze een punt achter de relatie zette en de weg die ze daarna ging. Een weg vol rechtszaken en een steeds groter besef van de trauma’s die zij en haar kinderen hebben opgedaan. Truusje neemt de lezer mee alsof je erbij bent. Het is alsof je naast haar staat en mee gaat om de sloten in haar huis te controleren. Je bent boos met haar, maar kunt ook hulp aanvaarden. Steeds meer bewondering kreeg ik voor de moed, assertiviteit en levenslust van deze vrouw.
Dit jaar is het boek Achter mijn voordeur – het vervolg uitgekomen. Hierin beschrijft Truusje hoe zeer de trauma’s van toen doorwerken in het nu. Door het oerwoud van instanties, voogden, pleegouders, gezinshuisouders en andere jeugzorgbetrokkenen baant ze zich een weg om te zorgen dat haar kinderen veilig en goed op kunnen groeien.
Vaak voelt ze zich gesteund. Soms voelt ze zich tegengewerkt en moet ze kei en keihard opkomen voor zichzelf en haar kinderen.
Tussendoor beschrijft ze hoe ze ook langzaam maar zeker ontdekt welk werk ze graag wil doen en een opleiding gaat volgen. Ze schrijft hoe haar nieuwe partner Joris met haar meeleeft, hoe haar ouders overlijden, en hoe haar zus haar altijd bijstaat.
Juist die stukjes vond ik zo gaaf om te lezen. Ze maken dat ik niet alleen maar het verhaal van een moeder, deze moeder lees, maar het verhaal van een mens. De mens Truusje, die bereid is om haar verhaal met publiek te delen. Een vrouw die een veerkracht toont waar iedereen iets van kan leren. Alleen daarom al raad ik je aan dit boek te lezen. En verder is het wat mij betreft een must voor iedere sociale professional die met ouders van uithuisgeplaatste kinderen werkt.
Na maanden uitstel was het dan eindelijk zo ver. Ik mocht weer theaterles geven. ‘Maak je er een ontspannen avond van?’ vroeg mijn opdrachtgever. ‘We hebben al erg lang niet meer gespeeld.’ Na maanden via de computer te hebben gewerkt ben ik het helemaal met hem eens.
Ik maak een naar mijn idee leuke en ontspannen les en ga vol goede moed naar Amstelveen waar de Orde der Dwazen, de leukste theatervereniging van Nederland, me warm ontvangt.