De regenboogprins houdt van cadeautjes. En in het bijzonder van cadeautjes die hij kan vinden in de zogenaamde grabbeltonnen die vaak in kindvriendelijke restaurants zijn. Aangezien wij niet iedere week uit eten kunnen gaan, kan de prins dus ook niet iedere week grabbelen. Maar hij zou geen regenboogprins heten als hij daar geen goed alternatief voor zou kunnen vinden. (meer…)
Auteur: Charissa Bakema
-

Ergens in de Franse Ardennen…
Ergens in de Franse Ardennen staat een huis. In dat huis was ik dit weekend te gast, samen met mijn vrienden van Blossom030. Twee dagen lang genoten we van wandelingen in de natuur, kampvuurtjes, heel veel lekkere Franse stokbroden en kaas, gesprekken en humor. Piano, hangmat, muziek, wijn en de gebeden van het afgelopen jaar passeerden de revue.
-
Blijven hangen.
Matthijs Vlaardingerbroek schreef een stuk over het blijven steken van de evangelische beweging in de tienerleeftijd. Het is nodig tijd volwassen te worden. Ik moet gelijk denken aan het boek ‘Eindelijk thuis’ van Henri Nouwen. Henri schrijft over de parabel van de ‘verloren zoon’. Hoe hij (en velen met hem) de neiging had om zich te blijven identificeren met de oudste of de jongste zoon. Hoe hij, kijkend naar een schilderij van Rembrandt over dit verhaal, zich langzaam aan ging realiseren dat hij moest doorgroeien naar de vader en moederrol.
-
De regenboogprins spreekt over God.
Regenboogprins: ‘ Heeft God die auto gemaakt?’
Ik: ‘Nee, God kan geen auto’s maken.’
Regenboogprins: ‘Heeft ie dan de boeken gemaakt?
Ik: ‘Nee, de mensen maken boeken en auto’s’
Regenboogprins: ‘Wat heeft hij dan gemaakt?
Ik: Wat denk jij?’
Regenboogprins: ‘Water?’
ik: Ja, dat wel denk ik. weet je nog meer?
Regenboogprins: ‘Eh als laatste de mensen toch?’
Ik: ‘Ja. En weer je nog meer?’
Regenboogprins: ‘De dieren en het gras?’ (even stil) Eigenlijk heeft God maar weinig gemaakt.
ik: ‘Ja, bar weinig’. -

Vragen van de rebbe.
Ik ken haar nu een paar jaar. Rabbijn Nava-Tehila Livingstone. Deze kleine vrouw heeft me al veel geïnspireerd. Vlak voor pinksteren schoof ze aan bij de leertafel van Blossom030. Ze vertelde over het feest van Shavuot en gaf ons een aantal vragen om over na te denken. Ik wil ze de lezer van de broedgebiedblogs graag meegeven -
Regen!
Na een weekend vol stuiterende pleegkinderen wilden lief en ik even uit eten. Even er uit. Even op de fiets naar de stad om lekker tapas te gaan eten. Toen we op de fiets stapten begon het te regenen! Kleddernat kwamen we aan bij het restaurant. Twee uur later stapten we opgedroogd en goed gevuld weer op de fiets. Toen we een minuut aan het fietsen waren begon het weer te regenen. (meer…)
-
Zwarte korstjes
De twee jongens zijn met elkaar in gesprek tijdens het aankleden in de morgen. De een is acht, de ander zeven. Ik noem ze bij deze prins William en Regenboogprins.
– Prins William: Ik heb een sneetje. (Prins William is afgelopen week besneden en heeft er nog behoorlijk last van)
– Regenboogprins: Waar, in je vinger?
– Nee, in mijn piemel. -
Scheetje
‘Er zit een puistje op je ooglid’ mijn lief kijkt me verbaasd aan. Een beetje geschrokken voel ik voorzichtig aan mijn oog. Het is daar inderdaad wat gevoelig. Ik loop naar de spiegel en kijk er in. Ja, het is waar. ‘Een scheetje’ zeg ik. Lief kijkt me nogmaals verbaasd aan. Plotseling bevind ik me in het verleden. Met mijn ontstoken ogen zat ik bij de huisarts en kreeg even later een zalfje mee. Zo om de paar maanden ontstoken mijn ogen. Mijn moeder zei als het er uit zag zoals nu: ‘Het is alleen maar een scheetje. Dat gaat waarschijnlijk zonder zalf wel weer over.’ Ik kijk naar lief en zeg:’ja, een scheetje. Zo noemden wij dat vroeger. Het gaat vanzelf weer over denk ik.’
-
Hoe het zit met zeker weten
Sinds de regenboogprins ons huishouden heeft versterkt leert hij mij nadenken over van alles. Zo is het ‘zeker weten’ voor hem een belangrijke graadmeter of iets wel of niet zo is. En ben ik daarin een lastige gesprekspartner omdat ik allerlei woorden aan dat zeker weten heb geknoopt. ‘Ik weet het eigenlijk wel zeker. Ik denk dat ik het zeker weet. Dat is waarschijnlijk wel zeker. Ik kan het niet met 100% zekerheid zeggen, maar ik denk dat het wel zo is.’ Met deze zinnen wordt de regenboogprins herhaaldelijk geconfronteerd. Hij vraagt dan, geheel terecht, of het antwoord nu ja of nee is. Weet ik het zeker? Of weet ik het niet zeker? -
Wehe den Hoorn
We rijden over de weg naar Lauwersoog. Die weg die ik al mijn hele leven ken. Daar is de benzinepomp. Daar is de afslag en daar zoeft het dorp voorbij. Kun je keren? Vraag ik na vijf minuten aarzelen. Mijn lief draait welwillend om en onder luid protest van pleegzoon op de achterbank, de reis duurt al zo lamg, rijden we terug. (meer…)
-
Nooit meer W.G. Van der Hulst?
Toen ik klein was zat ik samen met mijn zusje op het bed en luisterde naar de stem van mijn vader of moeder terwijl zij voorlazen uit ‘Bruun de beer’. Waar twee grote broers per ongeluk de knuffelbeer Bruun van hun zusje uit het raam hadden gegooid. De beer bleek uiteindelijk op een paal in het water van de gracht te zitten. Ik voelde me medeschuldig met die broers om wat ze gedaan hadden. Later, toen ik zelf kon lezen verslond ik alle verhalen van Rozemarijntje. Met kerst hoorde ik het verhaaltje van ’twee domme kindertjes’ en ook daar voelde ik mij medeschuldig. Hoe hadden die kindertjes zo dom kunnen zijn. Toen ik groot was dacht ik verlost te zijn van WG van der Hulst.
Maar ja.. (meer…)



