
Alles over liefde: Commitment
Ik kocht vlak voor mijn 25 jarig huwelijk het boek ‘Alles over liefde’ van bell hooks. In een aantal blogs neem ik je graag mee in mijn gedachten over dit boek. In de eerste blog beschreef ik hoe bell hooks het statement inneemt dat het begrip liefde onderdeel moet worden van het publieke gesprek. In de tweede blog doet ze een pleidooi voor duidelijkheid, definieer het begrip zodat je iets hebt om aan te refereren. De derde blog ging over Rechtvaardigheid, de vierde over eerlijkheid en in deze blog gaat het over commitment. De allereerste zin, de titel van het hoofdstuk zegt; “Moge liefde liefde zijn in mij!”
Ik raakte in eerste instantie een beetje in de war tijdens het lezen van dit hoofdstuk. De titel commitment’ riep een beweging naar buiten bij me op. Het woord trouw kwam bij me op. Trouw zijn aan mijn lief, aan de zorg die ik op me heb genomen voor de Regenboogprins, voor mijn lieve hond Dante. Trouw aan mijn vrienden. Trouw aan het werk dat ik mag doen.
Het begrip trouw hebben mijn ouders mij geleerd. Als kracht; blijf trouw aan je familie en vrienden. Maar er zat ook een angel in. Want mijn ouders waren trouw aan elkaar, maar hun relatie was heel erg gecompliceerd. Ik denk vaak niet eerlijk en open, of ooit wel zo begonnen, maar dichtgeslibd door alles wat er in het leven gebeurde. Veel leed en onrecht.
bell hooks schrijft; “Commitment om de waarheid te vertellen legt de basis voor de openheid en eerlijkheid die de hartslag van de liefde vormen.” En daarna voegt ze er direct achteraan aan toe: “Voor het ontwikkelen van zelfliefde is het van fundamenteel belang dat we onszelf kunnen zien en accepteren zoals we werkelijk zijn.” De hartslag van de liefde is een commitment aan onszelf, om jezelf lief te hebben. Om jezelf te kunnen zien, je uiterlijk, je innerlijk, gevormd in relatie met anderen, met je butsen en littekens erbij. En dat te aanvaarden en accepteren en te beminnen. Ik moet denken aan een kleine helpende gedachte die ik al lang heb. Toen ik klein was, was ik erg verlegen en ik wist niet goed hoe ik me moest verdedigen als andere kinderen me uitsloten of uitscholden. Ik was altijd een slim, fantasierijk en speels kind, soms met vriendinnen, of met m’n zusje, dus ik vond m’n weg wel, maar dat verlegen deel van mij vond ik lastig, omdat het ervoor zorgde dat ik in mijn onvermogen terecht kwam. Dat ik ging reageren op mensen vanuit agressie ipv vanuit liefde. Toen ik een jaar of 24 was, ontdekte ik dat ik als jonge volwassen vrouw dat meisje bij de hand kon nemen en voor haar zorgen als het nodig was. Dat hielp enorm in hoe ik naar mezelf keek. Het is een beeld dat ik nu bij me draag en tevoorschijn haal als het nodig is. De liefde in mij pakt ‘mijn kleine meisje’ bij de hand en zegt. Het is goed, je bent goed zoals je bent. We vinden wel een weg. Zo werken de slimme, fantasierijke en speelse delen nu samen met het verlegen deel in mij. Het is misschien heel gek, maar deze kleine simpele gedachte maakt dat ik mezelf steviger voel en dat maakt mijn trouw steviger. Het geeft richting aan mijn handelen in het klein, maar ook in het groot. De woorden achter op het boek ‘… een samenleving waarin het niet ontbreekt aan romantiek maar aan zorg, mededogen en gemeenschap..’ raken me en vragen van mij om een commitment aan mezelf en aan anderen.


